📄 Verwijsafspraken MSZ (volledig document) 🗺️ Processchema verwijsafspraken
Processchema — is een verwijzing nodig?
Patiënt met zorgvraag
Wat is het type zorgvraag?
🚨 Spoedeisende zorg
Acute zorgvraag
Zorg binnen enkele uren nodig om overlijden of onomkeerbare schade te voorkomen
Geen verwijzing nodig
Wel wenselijk
Informatie-overdracht voor medische continuïteit
Verwijzing ter informatie
🆕 Nieuwe zorgvraag (gepland)
Nieuwe patiënt of nieuwe zorgvraag buiten 2e lijn
Patiënt meldt zich bij huisarts met nieuwe klacht
Verwijzing door huisarts
Nieuwe zorgvraag tijdens consult 2e lijn
Specialist constateert nieuwe MS-zorgvraag tijdens lopende behandeling
Specialist verwijst zelf
Nieuwe zorgvraag 1e lijn tijdens consult 2e lijn
Klacht niet gerelateerd aan huidige specialistische behandeling
Patiënt direct toegang 1e lijn
🔄 Bekende zorgvraag (gepland)
Patiënt nog in zorgtraject — zelfde zorgvraag
Behandeling niet afgesloten, geen terugverwijzing huisarts
Geen nieuwe verwijzing nodig
Expectatief beleid of structurele controle
Lopend zorgtraject, patiënt onder specialist
Geen verwijzing nodig
Behandeling afgesloten → terugverwezen naar HA
Patiënt meldt zich opnieuw bij huisarts met dezelfde klacht
Nieuwe verwijzing door huisarts
Complicatie direct gerelateerd aan behandeling
Ook als afsluitende brief al verstuurd is
Geen nieuwe verwijzing nodig
1 jaar Geldigheid schriftelijke verwijzing na afgiftedatum
Eerste afspraak Moet binnen 1 jaar hebben plaatsgevonden
Telefonisch = ongeldig Altijd schriftelijke verwijzing vereist (digitaal of papier)
Vooraf Verwijzing moet vóór eerste afspraak aanwezig zijn
Basis verwijsregels
Zorgverzekeraars bepalen welke zorgaanbieders zij als geldige verwijzer opnemen in hun polisvoorwaarden. Naast de huisarts kunnen ook andere eerstelijnsverwijzers bevoegd zijn — raadpleeg de actuele tabel op ordz.nl/verwijsafspraken.

Let op Een basisarts mag verwijzen onder supervisie van de opleider of leidinggevende, met gebruik van de AGB-code van de supervisor.
Een schriftelijke verwijzing is 1 jaar geldig na de afgiftedatum. Binnen die termijn moet de eerste afspraak hebben plaatsgevonden.

Uitzondering: als aantoonbaar is dat de wachttijd langer dan 365 dagen is, is geen nieuwe verwijzing nodig.

Zolang de behandeling niet is afgesloten en de patiënt niet terugverwezen is naar de huisarts, is geen nieuwe verwijzing nodig voor dezelfde zorgvraag. Het herhalen van specialistische receptuur blijft in deze periode verantwoordelijkheid van de medisch specialist.
Verplicht vermeld op de verwijsbrief:
1
Persoonsgegevens verwezen patiënt
2
Naam en functie verwijzer + AGB-code praktijk/organisatie
3
Verwijsdatum
4
Reden van verwijzing
5
Naar wie of welk specialisme verwezen wordt
6
Voor welke zorgvraag of welk onderzoek verwezen wordt
Nee Een telefonische verwijzing is geen geldige verwijzing. Er moet altijd een schriftelijke verwijzing zijn — bij voorkeur digitaal via ZorgDomein, maar een papieren verwijzing is ook geldig.

De specialist moet vóór de eerste afspraak in het bezit zijn van de schriftelijke onderbouwing van de zorgvraag.
Nee De verwijzing dient vooraf gestuurd te zijn. Een verwijzing achteraf is niet toegestaan.
Wanneer is een nieuwe verwijzing nodig?
Een nieuwe verwijzing is nodig wanneer:
  • De patiënt zich meldt met een nieuwe zorgvraag
  • De behandeling is afgesloten, de patiënt is terugverwezen naar de huisarts en meldt zich opnieuw met dezelfde klacht
Geen nieuwe verwijzing nodig bij:
  • Lopend zorgtraject voor dezelfde zorgvraag (behandeling nog niet afgesloten)
  • Complicaties direct gerelateerd aan de oorspronkelijke zorgvraag en behandeling — ook als de afsluitende brief al verstuurd is
Let op Bij afsluiten behandeling moet worden uitgegaan van de medische richtlijnen. Vastlegging in dossier en informeren huisarts per brief zijn verplicht.
Bij een acute zorgvraag is geen verwijzing vanuit de eerste lijn nodig. Acute zorg: zorg die zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen enkele uren, verleend moet worden om overlijden of onomkeerbare gezondheidsschade te voorkomen.

De acute zorg kan zowel op de SEH als op een niet-SEH afdeling (bijv. Verloskunde, Eerste Harthulp) geleverd worden. Uit de verslaglegging moet blijken dat sprake was van acute zorg.
Nee Als de huisarts een verwijzing heeft gemaakt naar ziekenhuis A en de patiënt wil vóórdat het zorgtraject gestart is naar ziekenhuis B (bijv. vanwege lange wachttijd), hoeft de huisarts geen nieuwe verwijzing te sturen. Ziekenhuis B kan de behandeling starten op grond van de oorspronkelijke verwijzing.
Verwijzen door de medisch specialist
Ja Als een medisch specialist een nieuwe zorgvraag constateert — ongeacht of deze gerelateerd is aan de initiële zorgvraag — kan hij/zij zelf verwijzen naar een ander specialisme. Dit dient vastgelegd te worden in het dossier en per brief gemeld aan de huisarts.

Let op Wanneer een patiënt thuis klachten ervaart die niet gerelateerd zijn aan de lopende behandeling, moet de patiënt naar de huisarts voor beoordeling.
Ja Als de patiënt verwezen moet worden naar een andere zorgorganisatie, kan de medisch specialist deze verwijzing maken. Bij verwijzing van de tweede naar de derde lijn is een verwijzing van de medisch specialist nodig, niet van de huisarts.

Bij verhuizing of wisseling van ziekenhuis tijdens behandeling: de behandelend specialist draagt de patiënt over en informeert de huisarts.
Bij een verzoek tot second opinion maakt in principe de behandelend medisch specialist de verwijzing, niet de huisarts. Op expliciet verzoek van de patiënt mag de huisarts het wel doen.
Nee Als de medisch specialist een hulpmiddel, diagnostiek of paramedische behandeling voorstelt, kan hij/zij dit zelf aanvragen. De specialist vermeldt dit in de correspondentie aan de huisarts. Een verwijzing van de huisarts is hiervoor niet nodig.
Bijzondere situaties
Ja Huisartsen kunnen via ZorgDomein (of ander digitaal verwijsmiddel) patiënten rechtstreeks verwijzen naar een academisch ziekenhuis of expertisecentrum. De expertise van academische ziekenhuizen verschilt — gebruik het profiel in het verwijsmiddel om het juiste centrum te selecteren.
Een verwijzing wordt gedaan naar één specialisme of specifiek zorgpad. De huisarts bepaalt naar welk specialisme verwezen wordt. Het ziekenhuis of de kliniek kan dit aanpassen als een ander specialisme de zorgvraag dient op te pakken.

Meerdere zorgvragen voor één specialisme mogen wel op één verwijzing worden vermeld.
Nee Voor zorg uit het aanvullende pakket hoeven huisartsen geen verwijzing te sturen. Uitzondering: als medisch noodzakelijke informatie over de patiënt vereist is voor de ingreep (bijv. onderliggende aandoeningen), kan de huisarts wel een verwijzing sturen.

Het is de verantwoordelijkheid van de verzekeraar om te controleren of een verzekerde recht heeft op vergoeding uit het aanvullend pakket.
Als de klinisch geneticus heeft vastgesteld dat er een indicatie is voor DNA-onderzoek bij familieleden van de adviesvrager, kan de klinisch geneticus zelf als verwijzer optreden voor deze familieleden (conform cascade screening, veelal 1e en 2e graads familieleden). Een familierebrief of aanmeldformulier kan als verwijsinformatie dienen.
Als een patiënt na eerstelijns diagnostiek direct naar de SEH wordt verwezen (bijv. na breuk op röntgenfoto), mag de aanvraag voor het diagnostisch onderzoek als verwijzing gelden. Dit is alleen van toepassing als de patiënt dezelfde dag doorverwezen is — of de volgende vroege ochtend als de patiënt laat in de avond op een functieafdeling is gezien.
Altruïstische donor: patiënt verwijst zichzelf — ziekenhuis registreert verwijstype 8. Geen verwijzing van huisarts nodig.

Kinderwens (man + vrouw → gynaecologie): de man heeft geen aparte verwijzing nodig. De gynaecoloog geldt strikt genomen als verwijzer voor de man (verwijstype 7 in het ziekenhuis).

Buitenlandse zorgverzekeraar: een verwijsbrief is noodzakelijk voor iedereen met een Nederlandse zorgverzekering. Bij buitenlandse verzekering is geen verwijsbrief noodzakelijk, tenzij de buitenlandse verzekeraar dat eist.

Hielprik (RIVM): sinds 1-1-2022 mag het RIVM rechtstreeks doorverwijzen naar een (gespecialiseerde) kinderarts bij een positieve/afwijkende uitslag. Verwijstype 8.

Traumapoli (buitenland): patiënt met buitenlands letsel kan contact opnemen met traumapoli in Nederland. Een brief/röntgenfoto uit het buitenlandse ziekenhuis volstaat. Tussenkomst huisarts niet noodzakelijk.