Classificatie
—
Type hartfalen op basis van LVEF (echo)
HFrEF
LVEF < 40%
Verminderd
HFpEF
LVEF ≥ 50%
Behouden
NYHA-klasse: I = geen klachten bij inspanning · II = beperkt bij normale activiteit · III = duidelijk beperkt · IV = klachten in rust
Diagnostiek bij vermoeden (niet-acuut)
1
Anamnese — klachten en risicofactoren
- Kortademigheid, verminderd inspanningsvermogen, moeheid, orthopneu, nachtelijke dyspneu, oedeem, nycturie
- Risicofactoren: hypertensie, DM2, ischemie, CVRM, obesitas, alcohol, roken
- Medicatie: NSAID's, corticosteroïden, cytostatica (natrium-/vochtretentie)
- Atriumfibrilleren in VG?
Let op: hogere kans bij Turkse, West-Afrikaanse of Hindostaanse herkomst (CVRM-risicoprofiel)
2
Lichamelijk onderzoek
- Bloeddruk (systolisch, diastolisch, polsdruk), pols (freq, ritme)
- Ademfrequentie (tachypneu?), saturatie
- Ictus cordis: buiten midclaviculairlijn of heffend/verbreed
- Longen: crepitaties, demping basaal
- Jugulaire veneuze druk, hepatomegalie, perifeer oedeem
3
Aanvullend onderzoek — ECG + (NT-pro)BNP
Altijd ECG én BNP/NT-proBNP bij vermoeden niet-acuut hartfalen
| Marker | Normaal | Verhoogd → verwijzen |
| BNP | < 35 pg/ml | ≥ 35 pg/ml |
| NT-proBNP | < 125 pg/ml | ≥ 125 pg/ml |
⚠ Gebruik NHG-afkapwaarden, niet die van het regionale lab · Normaal ECG + normaal BNP sluit hartfalen nagenoeg uit
Atriumfibrilleren aanwezig?
✓ Ja — AF aanwezig
- Geen (NT-pro)BNP bepalen
- Verwijs direct voor echocardiografie
- Zie NHG-Standaard AF
✗ Nee — geen AF
- BNP/NT-proBNP + ECG
- Verhoogd of afwijkend ECG → verwijzen cardioloog voor echo
4
Verwijzing — beleid na uitslagen
- Instabiele patiënt / acuut hartfalen SEH / EHH
- Verhoogd BNP/NT-proBNP of afwijkend ECG Cardioloog regulier
- NT-proBNP 125–500 pg/ml + lage verdenking 1e lijns echo (meekijkconsult)
- Kwetsbare oudere die niet naar 2e lijn wil/kan → behandel zelf, overleg kaderarts HVZ
Medicamenteuze behandeling (huisarts of in overleg cardioloog)
5
Vóór start medicatie — lab controleren
- eGFR, creatinine, natrium, kalium
- Hb, TSH, glucose, totaal cholesterol/HDL
Herhaal na 1–2 weken na start/aanpassing diureticum, RAS-remmer of aldosteronantagonist · Stabiel: jaarlijks
6
HFrEF / HFmrEF — stappenplan
| Stap | Medicatie | Toelichting |
| 1a |
Lisdiureticum |
Bij tekenen van overvulling (oedeem, crepitaties). Streef naar laagst mogelijke dosis. |
| 1b |
ACE-remmer (alt: ARB) |
Start gelijktijdig met SGLT2-remmer. Streef naar max. getolereerde dosis. Contra-indicaties: zwangerschap, angio-oedeem, K >5, eGFR <10. |
| 1c |
SGLT2-remmer |
Dapagliflozine of empagliflozine. Start bij alle nieuwe patiënten. Starten bij eGFR ≥ 15 ml/min. |
| 2 |
β-Blokker |
Selectieve β-blokker toevoegen als patiënt klinisch stabiel is (geen overvulling meer). |
| 3 |
Aldosteronantagonist |
Toevoegen bij persisterende klachten ondanks stap 1–2. Let op kalium <5 en nierfunctie. |
⚠ Thiazidediuretica en digoxine worden niet meer aanbevolen in de 1e lijn · Streef naar max. dosering voor optimale prognose
7
HFpEF — behandeling
- SGLT2-remmer bij alle patiënten (dapagliflozine of empagliflozine)
- Lisdiureticum bij overvulling, zo laag mogelijke dosis
- Behandel hypertensie (vermijd diltiazem en verapamil)
- Bewaak op paroxysmaal AF (verhoogde vullingsdruk → atriale dilatatie)
HFpEF: doorgaans huisarts of kaderarts HVZ als hoofdbehandelaar
Verwijzen — wanneer terug naar cardioloog
8
Indicaties voor (terug)verwijzing
- Abrupte of progressieve verslechtering
- Nieuwe cardiale klachten (angina pectoris, palpitaties, syncope)
- Nieuwe ECG-afwijkingen of ritmestoornissen
- Vermoeden corrigeerbare oorzaak (klepvitium)
- eGFR-daling > 50% of < 30 ml/min na start RAS-remmer
- K > 5,5 mmol/l ondanks aanpassing medicatie